Naar Syrië gaan is een ding, maar Syrië verlaten is nog iets heel anders. Op weg naar het zuiden ligt op 80km een provinciestadje, dat leek me een prima overnachtingsplek. Maar de koster van de plaatselijke kerk (gebouwd vòòr 500!) vertelde dat het dichtstbije hotel in Daraa stond, nog 40km verder. Dat was dus nog even fietsen.
Nu had ik nog ruim 1000 pond, ongeveer €15. Dat zou genoeg moeten zijn, maar de eerste hotels deden het er niet voor. Maar de bewaker van hotel drie vond toch dat een fietser wel korting kon krijgen, en met 40% korting was het betaalbaar. De receptionist was het er blijkbaar niet mee eens, in ieder geval kreeg ik geen ontbijt de volgende morgen. Maar ik had toch brood bij me.
Bij de grens bleek ik opeens 500 pond belasting te moeten betalen. Die had ik niet meer. Dat werd dus een biljet in Euro's, waardoor ik het dubbele kwijt was. Nu ja, geld kun je niet eten. Het kostte alleen veel tijd.
Van Jordanië had ik geen wegenkaart, en het toeristenbureau aan de grens verkocht ze niet. In het grensstadje zag ik een autoverhuurbedrijf aan de overkant van de weg, dus zette ik mijn fiets neer en ging daar eens vragen. Een kaart hadden ze niet, maar koffie wel. Toen ik weer bij mijn fiets kwam klaagde de winkelier dat ik wel mijn fiets voor zijn deur had gezet, maar geen koffie was komen drinken. Dat verzuim moest ik goedmaken
Zo besloot ik naar Jarash te gaan, een Romeinse stad ongeveer 40km verder. Nu zijn de prijzen in Jordanië op Europees niveau, dus was het weer een zoektocht naar betaalbaar onderdak. Volgens de toeristenpolitie kon ik kamperen naast het toeristenbureau bij de opgraving. Maar dat vond men te min, men parkeerde mij in een onverhuurd winkeltje. Daar kon ik wel slapen. Om acht uur werd er zelfs een matras gebracht!
Zo vriendelijk de volwassen Jordaniërs zijn, zo lastig zijn de kinderen, tenminste de jongetjes. Dat begint met gillen en schreeuwen, proberen je lopend bij te houden, apengeluiden maken, tegen je fietstassen te schoppen en met stenen naar je te gooien. Als je stopt om drinken te kopen is je fietshelm weg, en die komt wel terug maar je moet er wel achteraan, terwijl een stel kleuters controleert hoe stevig je fiets op zijn standaard staat.
Welnu: Jordanië verlaten is net zo'n crime als uit Syrië vertrekken. Je mag namelijk niet zelf op de fiets, je moet met de bus. Die gaat een keer per uur en duurt een half uur over 200 meter.
Nadat alle bagage twee keer door een X-ray was gegaan en ik piepvrij door het poortje, kon een een plek zoeken om te slapen. En geslapen heb ik, als een blok!
vrijdag 13 november 2009
Week elf
maandag 9 november 2009
Week tieneneenhalf
Zo, dat rugzakhotel was even zoeken, vooral omdat de mensen aan wie je de weg vraagt maar een willekeurige kant op wijzen, onder het motto: Wellicht komt hij daar iemand tegen die de weg wèl weet. Je krijgt dan veel van de stad te zien. Na anderhalf uur was iemand zo aardige om mee te lopen, en toen hadden we het zo gevonden. Hier kost een bed in een vierpersoons kamer €7,50 inclusief ontbijt, schone lakens en douche in de basement. Volgens het kaartje van het hotel is het gebouwd rond 1200 n.Chr., en dat kan aardig kloppen want ze hebben nog geen internet.
Ik had nog een tijdje in de zenuwen gezeten, omdat de PIN-automaten mijn pas niet slikten en mijn Syrisch geld toch weinig meer voorstelde. Uiteindelijk heb ik een Saoudische bank gevonden waar de automaten buiten het niet deden, maar die in de hal wel. Ik heb dus geld genoeg voor het hotel en het eten (even over het eten: ik heb gisteren kip in citroensaus gegeten - erg lekker, en vanavond warme yoghurt met balletjes).
Na al dat gezoek over de soukh's van Damascus krijg je wel een aardig idee wat ze zoal verkopen. De collega's zoeken elkaar ook op. Dan heb je een heel stuk winterjassen, dan komt een straatje met schoorsteenpijpen, dan een rij banketbakkers, vervolgens een stuk met buikdanspakjes ... het hotel waar ik nu zit staat op de markt van IT-service en illegale software. Dat is de nieuwste ontwikkeling.
zondag 8 november 2009
Week negen - naschrift
Denk je dat je als echte Hollander kunt gaan klagen over het weer, gebeurt er iets heel anders: ik heb een darminfectie opgelopen. Op de fiets van Hama naar Homs begon ik me zeer gammel te voelen. Ik heb zelfs twee keer mijn krukje gepakt en met de armen over de bagagedrager een tukje gedaan. In Homs heb ik een kerk opgezocht, en vandaar heeft men mij naar een Jesuietenhuis gebracht, waar vaker pelgrims slapen. Die nacht kreeg ik gietende diarree. Zelfs na een slok water moest ik rennen.
De dokter die kwam begon heel geruststellend: "Alles komt goed." Met zijn stetoscoop op mijn buik zei hij: "Dat klinkt als Mozart" en op een andere plek: "Dat klinkt als Beethoven", en net toen er wat geborrel door mijn buik ging: "Dat klinkt als oorlog."
Na nog wat onderzoek was de conclusie dat er niets anders aan de hand was als een darminfectie, volgens hem omdat er in Syrië een andere bacterie-flora is dan in Europa. Nu lijkt Syrië me ook wel een fijner land voor bacterie-flora: het is meestal lekker warm en je wordt niet constant weggepoetst.
Zo lag ik in bed aan de beterende hand te zijn, terwijl het buiten onweerde en regende. Elk nadeel heeft zijn voordeel.
Inmiddels is Cees weer zo goed als nieuw en ijverig op pad.
zaterdag 31 oktober 2009
Week negenplus
Syrië is een verbazingwekkend land. Om te beginnen werkt internet via mijn telefoon hier niet (misschien in Damascus wel), dus vooralsnog ben ik afhankelijk van internetverbindingen in hotels, en die zijn niet dik gezaaid.
De eerste dagen heb ik gekampeerd in de buurt van Aleppo, waar ik de stad heb bezocht en het klooster van Sint Simeon. Vandaar ben ik gefietst naar de zogenaamde Dode Steden. Ik had gehoord dat je daar ook kon kamperen. Nu zijn er vijftien van die verlaten steden, dus erg precies waren de aanwijzingen niet. Eenmaal daar wist men niets van een camping. Hotels waren er op 30 kilometer afstand. Maar er was ook een restaurant, misschien wisten ze daar wel wat. Goed, ik naar dat restaurant naast Sarjalleh, en een knul van een jaar of twaalf besprak mijn probleem met twee mannen die het dak aan het repareren waren. Toen werd ik naar een lege kamer gebracht waar een bed stond en wat voorraden. Nu ja, een matras en een dak boven je hoofd - daar doe ik het wel voor. Vervolgens werd er eten voor me gemaakt.
's Avonds werd de TV op het terras gezet en het jongetje ging zappen. Dat duurt even, want ze hebben 400 Arabische stations op de sateliet. Maar favoriet waren: een Egyptische soap, geacteerd in jaren-zestig-stijl, en een muziekkanaal. Nu vind ik deze Arabische muziek wat eentonig, maar het beeld was nog erger. Zes meisjes, echt wel knappe dingen, in een avondjurk tot op de grond en niet hooggesloten, maar ook niet echt spannend, wandelen een beetje wiegend door het beeld, want dansen kun je het niet noemen. Verder gebeurt er niets, en de mannen vinden het prachtig en zitten met open mond te kijken. Nu ja, wat moet er gebeuren als ze ooit een clip van Shakira zien?
De volgende dag regende het pijpenstelen, en ben ik pas tegen de middag gaan fietsen.
In Apamea werd ik door een winkelier hartelijk ontvangen, en zijn maatje wilde me graag aan ansichtkaarten (nee, dank u), valse antieke munten (nee, dank u), en een goed en goedkoop hotel helpen. Dat bleek echter een hotel midden in een verbouwing. We moesten een uur wachten op een eigenaar, die voor een bed €15 wilde hebben. Uiteindelijk ging er wel 20% vanaf, maar met het enige hotel in het dorp heeft de klant geen sterke onderhandelingspositie.
Het ergste was de lucht in de kamer. Er kwam ergens een opel-rioolstank vandaan, die niet weg wilde. Nu ja, het is hier een smerig land. Je hebt hier hurk-WC's, de grond is altijd nat, en je hoopt maar dat het water is.
Gisteren een ongeluk met een hond zien gebeuren. De vierbaansweg heeft een in de middenberm een vangrail van beton, met om de 50 meter een openig, want de mensen moeten wel kunnen oversteken. Dat deed een hond dus ook, maar zodra hij tussen de betonblokken vandaan kwam werd hij vol van opzij geraakt. Hij was dood voor hij Kef kon zeggen, en als een sjoelsteen gleed hij over het wegdek naar de berm. De mensen keken alleen naar de deuk in hun auto. Daar ligt zo'n dood beest dan, en niemand bekommert zich erom. Ik vond het allemaal zielig.
Op de fiets kom ik trouwens regelmatig door een walm dood beest. Niet echt fijn.
Nu ja, de komende vijf dagen zal het misschien meevallen, want het weerbericht voorspelt regen afgewisseld met buien. Dan heb ik iets anders om over te klagen.
O ja, Blogger kun je in Syrië niet bekijken. Mag niet van de grote baas.
vrijdag 30 oktober 2009
Week negen
In Adana zou Fidel me ook nog uitzwaaien, maar tegen de tijd dat ik vertrekken wou lag ze volgens haar vader nog op een oor. Jammer voor haar, geen afscheidsknuffel van Cees. Ik hoorde trouwens van onze vrienden dat we over twee jaar een paar weken naar Adana gaan - zo hoor je nog eens wat nieuws onderweg.
Gelukkig had ik de buitenband met antileklaag, die Jenneke en Henk in Adana hadden achtergelaten op de fiets gedaan, want er lag veel scherps langs de weg.
Even na twaalf uur vond ik een tankstation met restaurant om een hapje te eten, alleen was het restaurant verdacht stil. Op mijn vraag of ik eten kon werd gezegd dat het geen probleem was, en ik kreeg vast thee. Verder gebeurde er echter niets. Tot opeens een van de tankbedienden met een stapel lunches voor het personeel aankwam, en daar kreeg ik er ook een van. Uiteraard hoefde er niet betaald. Dat zijn nu van die leuke dingen in Turkije.
De volgende dag was de vraag of ik net wel of net niet Syrië zou halen. Wat afstand betreft moest het niet zo'n probleem zijn, maar ik moest nog wel de 'Belen-pas' van 650 meter over. Dat nam toch zoveel tijd, dat ik tegen vijf uur nog 10km voor de grens was, en om zes uur is het donker.
Terwijl ik appel etend langs de weg stond, riep een boer me het erf op en liet zijn vrouw eten brengen. Het kroost verzamelde zich ook. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik kon blijven slapen. Of ik onder de douche wilde. Ja, dat wil ik wel na een dag fietsen. Welnu, dit was een 'doe-het-zelf-douche'. Er werd een teil warm water gemaakt, ik kreeg een bakje, en de bedoeling was dat ik in de teil ging staan en dan met dat bakje water over mijn kop zou scheppen. Tenminste, zo heb ik het maar gedaan, want er kwam niemand mijn rug boenen als in een echte hamam.
Na het avondeten vroegen de kinderen naar mijn telefoon. Nadat ik had laten zien dat je daarmee internettoegang had, werd pa bestormd met opmerkingen dat zij op de boerderij toch echt ook internet moesten hebben.
Pa liet trots zijn telefoon ook zien. De kinderen barstten in hoongelach uit. Volgens hen had Mohammed er zelf nog mee gebeld. Pa zelf vond hem oud maar erg goed.
De jongste dochter van een jaar of negen wilde graag haar Engels demonstreren. Welnu, hoe zeg je in het Engels dat de kat Minosh heet? "Cat what-is-your-name Minosh" En daar moet je dan ernstig bij blijven kijken, ook als de namen van de overige katten en honden worden verteld.
Om half negen vond men dat de fietser moe was en moest slapen. In de woonkamer werd een bedbank klaargemaakt. Pa en moe vertrokken, en de kinderen zetten de TV aan. Toen ik aanstalten maakte om dan ook maar TV te gaan kijken, was dochterlief heel resoluut: You sleep! Dus ben ik maar braaf gaan liggen. Ik heb zo'n vermoeden dat ze mijn bloes voor een pyamajasje versleten hebben. Ik had me tenslotte gedouched. Na een half uur vertrokken de meisjes, dus die hadden een slaapkamer, de zoon van 10 sliep op een matras voor de TV.
De volgende morgen was ik vroeg op. De buurman kwam langs, en wilde ook graag het een en ander weten. Hij vond het maar niks dat ik 'maar' drie kinderen had, hij had er twaalf, vier zoons en acht dochters. Als ik zijn gebarentaal goed begrepen heb moet je je vrouw flink slaan om meer kinderen te krijgen. Er kwam nog wat , andere gebarentaal bij, maar die is niet geschikt voor internet. Uiteraard waren er geen vrouwen aanwezig bij deze ochtendbespreking, anders hadden die vast ook wat gebaren laten zien.
Inmiddels ben ik in Syrië. De eerste thee heb ik al cadeau gekregen, een keer bruine thee, en een keer groene thee, die je door een rietje moet drinken. Allemaal met een suikergehalte waardoor het glazuur van je tanden springt.
Met een minibusje ben ik van de camping heen en weer naar Aleppo gegaan. In een achtpersoonsbusje worden de banken dichter bij elkaar gezet, dan kunnen er opeens vijftien mensen in, zeker als ze hun armen door de ramen naar buiten steken. Een ritje van 25km kost €0,30. Dat is hier net zoveel als een liter diesel. Maar aan diesel heb ik niet veel, ik kan moeilijk een voorraadje meenemen voor thuis.
Met de fiets ben ik van de camping naar het klooster Sint Simeon gegaan. De kortste weg was binnendoor, en dat is een uitstekende weg om je vering te testen. Het asfalt is in Syrië net als in Nederland: Eerst wordt er asfalt gelegd, en daarna de geultjes gehakt voor de waterleiding. Hobbelt zo lekker weg. Mijn fiets heeft alleen geen vering, dus bij mij rammelden mijn botten in mijn lijf. Gelukkig kon ik zonder bagage fietsen, er waren ook een paar gemene hellingen onderweg. Maar bij aankomst kreeg ik applaus van een stel toeristen die met de bus waren gekomen.
Er zijn hier winkeltjes in menigte. Het lastige is alleen om te weten in welke winkel ze wat verkopen. Zo had ik nog steeds geen brood, toen ik een stel jongens met brood zag lopen. Maar op mijn vraag waar ik dat kon kopen wezen ze de kant op waar ze heen gingen, niet waar ze vandaan kwamen. Opeens kreeg er een de handelsgeest, legde een zak brood op mijn fiets en zei: "Money". Ik gaf hem twee kwartjes, hij tevreden en ik tevreden.
Ik overleef hier wel.
