Posts tonen met het label Albanië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Albanië. Alle posts tonen

zondag 4 oktober 2009

Week zesplus

Zo, Macedonië was een soort van vakantie halverwege. De mensen stellen het op prijs dat je de moeite waard vindt om hun land te bezoeken, lijkt het. Iedereen is vriendelijk en steekt een enthousiaste hand op wanneer je voorbij fietst. En iedereen spreekt goed Engels. Dat is in Albanië wel anders. Daar stond ik een keer even stil voor een slok water, komt er een nieuwsgierige meneer aanrennen. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam. Dat begreep ik tenminste uit het feit dat hij met vragende blik landennamen opnoemde. Vervolgens vroeg hij: "Donna?" Nu heb ik een foto van Jenneke bij me, dus liet ik die maar zien. Als het moeilijk met woorden kan dan maar met een plaatje. Maar meteen zag hij ook de foto van de KPV-vrienden. Vol verbazing telde hij het aantal. Hij wees naar mij en stak acht vingers op. Tja, en dan kan ik proberen in mijn beste Albanees uit te leggen dat we allemaal collega's zijn, die samen een cursus hebben gevolgd, en sindsdien... Nee, dan krijg ik niet over het voetlicht. Ik vermoed dat er nu ergens in Albanië iemand is die denkt dat we allemaal broers en zusters zijn. Nou ja, daar heeft hij ook niet helemaal ongelijk in.
Goed, dat probleem heb je in Macedonië niet. Langs de kant van de weg koop ik twee appels. Terwijl ik bankbiljetten ter waarde van 15 Eurocent uit mijn broekzak vis, zegt ze bij de eerste: "That is enough, thank you."
Later sta ik in de supermarkt brood te kopen. Het meisje staat breed te stralen van: "Jottem, er komt een vreemdeling bij mij kopen!" Bij de kassa liggen ook hele leuke mini-flesjes wijn. Daar wil ik er ook wel een van. Haar glimlach wordt nog breder. Nu moet ik ophouden, anders scheuren haar wangen nog in. Maar met brood en wijn en de herinnering aan zo'n glimlach ben ik een gezegend mens.
Gister stond ik in een Griekse winkel. Ik wilde eigenlijk vruchtensap kopen, maar het was een biologische winkel, dus hadden ze alleen meloensap voor €4,50 en zo. Dan maar een bakje met drie peren en wat muesli-repen. Ben je ook een vermogen kwijt, maar wordt vast erg door Herman gewaardeerd. Ik weet nu ook hoe je biologische peren inpakt: met de rotte kant naar beneden.
Ik heb trouwens ook een stel appels opgeraapt, die van de kar waren gevallen. Daar worden ze vanzelf biologisch van. Maar als je die biologische helft met mieren en zo wegsnijdt, houdt je een gratis halve appel over.
Het was gisteren trouwens kwalitatief uitermate teleurstellend weer, maar vandaag scheen de zon weer tussen de wolken. Eenmaal Thessaloniki voorbij moet je volgens de kaart langs twee meren komen. Maar het eerste meer staat helemaal droog! Of er nu een extreem droge zomer is geweest, of dat er teveel water gebruikt wordt voor irrigatie weet ik niet. Maar het lijkt me niet goed. Zeker niet voor de visstand. Het tweede meer glinstert wel mooi blauw in het zonnetje.
Vandaag trouwens een levende schildpad gezien en een doodgereden slang.

donderdag 1 oktober 2009

Week zes

Week zes begon in Zuid-Italië, met eerst heel behoorlijk weer. Maar terwijl ik de Apenijnen voor de tweede keer overstak begon het opnieuw te regenen. Nu ben ik speciaal in de nazomer gegaan om de ergste hitte te ontlopen, en dat is me in Italië boven verwachting goed gelukt dus.
Van Benevento tot Bari kom je steeds meer in een gebied waarvan men blijkbaar vergeten is dat het er ook nog bij hoort, een soort van Oost-Groningen van Italië. Enorme akkers wisselen stukken braakliggende grond af, een enkele wijngaard of olijfboomgaard, ingestorte boerderijen, niemand doet iets met zijn voortuin dan een hek eromheen en een kettinghond erin. Soms is de ketting gebroken en ligt er een haardkleedje op straat. Pas de stadjes een de kust proberen er iets leuks van te maken, maar ze zijn met elkaar verbonden door een weg met autosloperijen, marmerzagerijen en andere kleinindustrie.
Het centrum van Bari is dan wel weer aardig. Even gedag zeggen tegen Sinterklaas, die hier begraven is. Maar zonder veel spijt heb ik na een paar uur stappen de boot naar Albanië genomen.
Nu is Albanië ook geen wereldwonder van schoonheid. Van de haven in Durres is er een strook van 15km hotels en benzinestations langs de weg naar het zuiden, die je de zicht op zee ontneemt. Pas daarna krijg je wat meer van de wereld te zien. Het lijkt wel of elke Albaniër in het buitenland geld verdient om een Mercedes te kopen en verder in benzinestations, restaurants en hotels te investeren. Maar waar zouden de klanten vandaan moeten komen?
Elbasan is een aardige stad. Ik heb gelogeerd in zo'n hotel uit de tijd dat Albanië een heilsstaat was, voor de formidabele som van €10. De service is niet helemaal naar moderne maatstaven. Het ene bed is beslapen. "Geeft niet", vindt de mevrouw, "neemt u het andere bed maar". Een lift naar de vijfde verdieping is er ook niet.
Toen ik in de bank wat geld stond te wisselen bleek mijn 'aankomen en afvallen' taktiek zijn vruchten af te werpen, tenminste: mijn broek gleed zachtjes lager dan gewenst. Met het gewisselde geld ben ik dan ook snel een riem gaan kopen. Echt leer voor €3.
Oostwaarts wordt het landschappelijk mooier, en langzaam stijgt de weg. Rond twaalf uur besluit ik een hapje te gaan eten. Bij het eerste restaurant word ik verbaasd aangekeken. "Eten? Nee, dat kan hier niet". De baas van de tent ernaast vraagt in het Italiaans of ik vis lust. Als dat zo is moet ik maar even wachten. Een minuut of drie later komt hij terug met een vis in een plastic zak vol water. "Is dit vers genoeg?" De vis spartelt wel van niet, maar wie gelooft er nu een vis in een platic zak. Even later zit ik heerlijk te eten.
Langzamerhand kom ik volgens de kaart in de buurt van het meer van Ohrid. Wanneer het dal zich verbreedt meen ik even er al te zijn. Maar niks geen meer. Alleen een hoge bergketen. Wanneer ik de weg vraag wijzen ze naar boven. Ik moet echt de bergen over. Ik wist dat het meer op 700 meter hoogte lag, niet dat er eerst een bergpas van 1100 meter overwonnen diende te worden. Dat weet ik nu en voelen mijn benen.
Na een stijging komt een afdaling, en het is wel aardig om voor de afwisseling vrachtauto's in te halen. De kwaliteit van het wegdek moet het wel toelaten, en in Italië ontbrak het daar meestal aan. Dit wegdek is prima. Ik hoef maar twee keer vol in de ankers. De eerste keer omdat het wegdek even weg is, en als je daar met volle vaart doorheen dendert hangen je fietstassen opeens aan je oren. De tweede keer is voor een kudde schapen, en ik wil graag vriendjes blijven met de herdershonden.
In Ohrid ga ik maar eens een fietssnipperdag houden. Er is veel te zien.